Rwanda
Dit archief bevat de brieven, rapporten en documenten die Gerard van 't Spijker bewaarde uit zijn jarenlange betrokkenheid bij de relatie tussen de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) en de Église Presbytérienne au Rwanda (EPR), met de nadruk op de periode 1993-1998. Deze jaren omvatten de genocide van 1994 en de ingrijpende gevolgen daarvan voor de Presbyteriaanse Kerk van Rwanda en haar Europese partnerkerken.
Over Gerard van 't Spijker
Gerard van 't Spijker (1939) studeerde theologie aan de Vrije Universiteit en was predikant van de Gereformeerde Kerk van Numansdorp. Van 1973 tot 1982 en van 1995 tot 1999 werkte hij als uitgezonden medewerker van de Gereformeerde Kerken in Nederland, in dienst van de Presbyteriaanse Kerk van Rwanda, waar hij theologische training en onderwijs verzorgde. In 1990 promoveerde hij aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een antropologisch-theologisch proefschrift over de begrafenisrituelen en de missie van de kerk in Rwanda.
Van ongeveer 1992 tot 1995 was hij voorzitter van de Commissie voor Zuidelijk Afrika en Rwanda (ZARK) van de Afrika-sectie van de Zending der Gereformeerde Kerken in Nederland. Van 1999 tot 2004 was hij verbonden aan het Instituut voor Missiologie en Oecumenica van de Universiteit Utrecht, en van 2000 tot 2004 was hij eindredacteur van het tijdschrift voor interculturele theologie Wereld en Zending. Tussen 2006 en 2012 doceerde hij bovendien meermaals Missiologie en Godsdienstwetenschappen aan de Theologische Faculteit van Butare, Rwanda.
Historische context
De documentatie in dit archief is voornamelijk afkomstig uit de periode 1993-1998, met de genocide van april tot juli 1994 als kantelpunt. De genocide had grote gevolgen voor de Presbyteriaanse Kerk van Rwanda: veel predikanten en gemeenteleden kwamen om, anderen vluchtten naar omringende landen, en een deel bleef in het land. In de jaren daarna zochten de verschillende groepen Presbyterianen elkaar zowel uit de weg als weer op, op zoek naar nieuwe wegen om de kerk voort te zetten.
Belangrijke momenten in dit proces waren het bijeenroepen van een Buitengewone Synode in 1995 en een ontmoeting in Windhoek (Namibië) van vertegenwoordigers van Presbyterianen van binnen en buiten Rwanda. De Zending van de Gereformeerde Kerken, die sinds 1960 personele en materiële steun verleende aan de EPR, was hierbij nauw betrokken — evenals andere Europese partnerkerken, met name protestantse kerken in Zwitserland, België en Duitsland.
Inhoud van het archief
Het archief is door Gerard van 't Spijker ingedeeld in vier hoofdgroepen (FILE I t/m IV), onderverdeeld in rubrieken:
- FILE I — Notulen van de ZARK-commissie en interne correspondentie tussen leden van de Afrika-sectie.
- FILE II — Correspondentie tussen de GKN en de EPR, van vóór juli 1994 tot de Buitengewone Synode begin 1995.
- FILE III — Correspondentie met Rwandezen in ballingschap, en met de Theologische Afdeling, Vrouwendienst en Medische Afdeling van de EPR.
- FILE IV — Contacten met andere Europese EPR-partners, internationale hulpprogramma's, het Comité de Contacts, en persartikelen over de genocide.
In totaal betreft het enkele honderden individuele documenten: notulen van de ZARK-commissie over 1993-1998, briefwisselingen tussen leden van deze commissie, correspondentie tussen de Zending der GKN en verschillende groepen Presbyterianen, briefwisselingen tussen Europese partners van de EPR uit de periode waarin rechtstreeks contact met Rwanda onmogelijk was, documentatie over activiteiten van de Wereldraad van Kerken direct na de genocide, en enkele persberichten uit 1994-1995.
Formele archivering en toegang
Dit archief is formeel ondergebracht bij Het Utrechts Archief (inventarisnummer 1102-6, aanvulling Raad voor de Zending). Het openbaar toegankelijk maken van de onderliggende documenten wacht nog op het afronden van een bruikleenovereenkomst tussen de PKN en Het Utrechts Archief. Zolang deze regeling niet rond is, zijn de index en beschrijvingen van het archief hier vrij te raadplegen, maar is het downloaden van de onderliggende documenten voorbehouden aan wie hiervoor toestemming heeft gekregen.